Onschuldpresumptie ook in het arbeidsrecht ?

26 september 2016

Geldt de onschuldpresumptie ook in het arbeidsrecht?

Onschuldpresumptie is een grondbeginsel uit het strafrecht en houdt in dat eenieder voor onschuldig dient te worden gehouden tot het tegendeel is bewezen.

In casu is de vraag of deze onschuldpresumptie ook geldt in het arbeidsrecht. De casus is als volgt.

Werkneemster, sinds 2010 werkzaam als office manager bij haar werkgever, is in maart 2016 aangehouden in Duitsland op verdenking van een strafbaar feit (hennepteelt). Vanaf die datum verblijft zij ook in voorlopige hechtenis. Onverwijld hebben haar advocaat en zus werkgever geïnformeerd over de aanhouding.

Naar aanleiding daarvan wordt werkneemster op staande voet ontslagen met als reden dat werkneemster zonder geldige reden of bericht van verhindering vanaf 18 maart 2016 niet meer op werk is verschenen, zodat er sprake is van werkweigering. Daarbij geeft werkgever in ditzelfde schrijven aan dat hij begrepen heeft dat werkneemster in Duitsland zich heeft bezig gehouden met criminele activiteiten op het gebied van drugs en dat dergelijke werkzaamheden zich niet verdragen met de verantwoordelijkheid die werkneemster heeft bij haar functie. Tot slot schrijft werkgever dat hij geen toestemming heeft gegeven voor het verrichten van nevenwerkzaamheden.

Beoordeling ontslag op staande voet

De kantonrechter is van oordeel, en verwijst daarbij naar rechtspraak van de Hoge Raad, dat een voorlopige hechtenis, zoals hier het geval is, niet tot een dringende reden voor ontslag op staande voet kan leiden (LJN BO1821). Daarbij vindt de kantonrechter ook steun voor dit standpunt in artikel 7:678 lid 2 sub d BW. Gezien de terminologie van dit artikel moet het volgens de kantonrechter  vast staan dat de werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Een enkele verdenking is niet voldoende. Daarnaast is werkgever onverwijld geïnformeerd over de aanhouding van werkneemster, dus was hij – anders dan hij in zijn brief vermeldt – wel hiervan op de hoogte. De kantonrechter oordeelt dan ook dat er geen rechtsgeldige dringende reden voor ontslag op staande voet aanwezig is.

Voorwaardelijke ontbinding

h-grond
De kantonrechter oordeelt dat een verzoek op deze grond faalt omdat de voorlopige hechtenis niet gelijk is te stellen als in de memorie van toelichting genoemde detentie, daar er geen sprake is van een strafrechtelijke veroordeling. Daar komt bij dat voorlopige hechtenis een tijdelijke vrijheidsbeneming betreft die in het algemeen van beperkte duur is. Alhoewel de voorlopige hechtenis tot problemen in de bedrijfsvoering van werkgever heeft geleid, is dit niet wezenlijk anders dan wanneer werkneemster zou zijn uitgevallen wegens ziekte. Daar komt dan bij dat werkgever in dat geval – anders dan hier het geval is – ook het salaris van werkneemster had moeten doorbetalen.

e-grond
Werkgever stelt dat door het langdurige werkverzuim wekgever ernstig is benadeeld, terwijl werkneemster -door zich in te laten met criminele activiteiten – welbewust het risico heeft aanvaard dat zij zou worden aangehouden en gevangen zou worden gezet. Ook een beroep op deze grond faalt. Daarbij wijst de kantonrechter nogmaals op het feit dat werkneemster verdacht wordt van een strafbaar feit en dat ook in het arbeidsrecht het beginsel van de onschuldpresumptie prevaleert.

g-grond
Werkgever stelt vervolgens dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding doordat werkneemster zich kennelijk welbewust niet aan de geldende wettelijke regels en bedrijfsregels (het verrichten van nevenwerkzaamheden) heeft gehouden. Hierdoor heeft werkgever geen vertrouwen meer in werkneemster. Daar komt bij dat werkneemster een representatieve functie heeft en in haar functie in aanraking komt met geld en goederen van werkgever. Werkgever vreest het verlies van klanten en opdrachtgevers als de arbeidsverhouding tussen partijen zou moeten worden voortgezet, daar de drugsgerelateerde activiteiten van werkneemster regionaal al bekend zouden zijn bij een aantal klanten.

Dat er door de strafrechtelijke verdenking een verlies aan vertrouwen in werkneemster is ontstaan, acht de kantonrechter aannemelijk. Daar er echter geen wezenlijk verband is tussen de aard van het werk en de aard van het strafbare feit en het strafbare feit niet op het werk heeft plaatsgevonden, oordeelt de kantonrechter dat dit niet leidt tot een dusdanig verstoorde arbeidsverhouding dat in redelijkheid niet meer van werkgever kan worden verwacht dat de arbeidsovereenkomst kan worden voortgezet. Werkgever is ook niet in de publiciteit betrokken en heeft (althans niet aantoonbaar) geen klanten kwijtgeraakt door het strafbare feit.

Eveneens ook hier de onschuldpresumptie meewegend, komt de kantonrechter tot het oordeel dat ook een beroep op de g-grond faalt.

Dat werkgever ter gedeeltelijke vervanging van werkneemster (18 uur per week) een arbeidsovereenkomst met een ander heeft gesloten voor de duur van 7 maanden brengt de kantonrechter niet tot een ander oordeel. De kantonrechter heeft begrip voor de problemen van werkgever door afwezigheid van werkneemster, echter oordeelt hij dat het voor rekening en risico van werkgever is dat hij geen arbeidsovereenkomst voor de duur van de afwezigheid van werkneemster heeft afgesloten, waardoor hij nu dubbele salariskosten zal hebben.

In alle opzichten wordt werkgever dan ook in deze in het ongelijk gesteld en dient de werkgever werkneemster weer toe te laten tot haar werk zodra de voorlopige hechtenis is opgeheven.

Dit bericht is geschreven door Aranka de Voogd van Novo Advocaten en gepubliceerd door SDU Opmaat Arbeidsrecht op 16 september 2016.

Categorie: blog | Geen reacties »

Reageer

U moet ingelogd zijn om te reageren.

Advocaten uitgelicht


Juridisch Advies Jorg mr. J. van Bladel Gedreven Advocaat met specialisme arbeidsrecht en letselschade.
Juridisch Advies Chantal mr. C. van der Poel Advocate met een open, toegankelijke en directe benadering met als specialisme arbeidsrecht.

advocaat arbeidsrecht breda

mr. F. van Velden-Van Passel

Enthousiaste en doortastende advocate uit Breda met een focus op arbeidsrecht.